Toerweekend 2011, dag 3, de avond

Door: Peter

Plan de campagne: Losgaan in Maastricht. Met de bus er naar toe en met de taxi terug.We hadden ons voorgenomen het eten op een mannelijke manier aan te pakken. Dat wil zeggen: niet eindeloos dralen, maar vooraf een duidelijke keuze en recht op het doel af.Vlees zou het worden en Grieks de wijze van bereiden (jaja, ook dit is voor meerdere uitleg vatbaar).

Nadat we de gasten op het terras eens kritisch onder de loep hadden genomen en tot de conclusie waren gekomen dat volwassen vrouwen met vlechtjes aanleiding zijn voor de meest bizarre fantasieen, werd het tijd voor de bus.

Die ons na vele omzwervingen uiteindelijk in Maastricht bracht. Aangezien ik sinds de middag eigenlijk niets fatsoenlijks meer had gegeten (Rutger idem, de rest had bij aankomst in Slenaken nog wat genuttigd), kreeg ik sterk de behoefte aan eten. Met een tussenstop voor nog een biertje bereikten we de overzijde van de Maas. Al snel hadden we een Griek gevonden en al even snel werd besloten dat dit het niet ging worden (goed, waar blijf je dan met je goede voornemens).
De tijd verstreek en het werd toch echt zaak om een keuze te maken. Niet in de laatste plaats omdat het niet lang meer zou duren voordat er in het geheel geen eten meer geserveerd zou worden. De Febo en McDonalds vielen af en ten einde raad streken we neer bij de Turk: New Capadokia. Ook een soort Griek en ook een soort vlees. Het kon mij in ieder geval niets meer verrotten. Ik zou zelfs bijna sla zijn gaan eten. Onze gastheer veegde de restanten van de vorige maaltijd (vermoedelijk iets met ketchup) weg met een smoezelig doekje en bracht de kaart.

De kaart bleek er een te zijn van het soort zoals je dat ook in het buitenland tegenkomt: plaatjes met daarop eten dat je kunt aanwijzen. In minder dan geen tijd stond het eten op tafel. Dat het in de verste verte niet leek op de plaatjes verbaasde me niets. het kon me ook niet schelen. Dat je er ziek van zou kunnen worden ook niet. Het was een bult vlees met saus en daarmee basta. Hoe het restaurant aan een “smaakpolitie OK keurmerk” was gekomen is me tot op de dag van vandaag niet duidelijk.

Eenmaal een beetje bijgekomen werd het tijd ons in het nachtleven te storten. Maastricht is een mooie stad en zeker ’s avonds in het weekend bij mooi weer heeft het iets bijzonders. Het voelt als een on-nederlandse stad. Geweldig. Er was volop leven, het Vrijthof zat af-ge-la-den vol. Gelukkig was er bij café Falstaff nog wat plek. Een sfeervol klein pleintje. Het terras was vol, maar er werd ook gewoon op straat geschonken.

Na enige tijd wisten we zowaar stoelen en een tafel te bemachtigen. De tafel naast ons werd bevolkt door een gezelschap van 5 dames. Contact? Wat voelden we ons goed. Wat voelden we ons jong. Deze avond kon niet meer stuk. Born to be Wild. Deze droom viel snel in duigen. Zonder dat we ook nog maar enige toenadering hadden gezocht werden we al aan de kant gezet voor een paar (nog) jongere knapen.
Tot overmaat van ramp besloot één van ons (ik zal de naam niet noemen, Ton) ongevraagd een foto te maken van het clubje vrouwen. Helaas ging dit niet zo ongemerkt als wellicht bedoeld was. In de woordenwisseling die ontstond werd besloten dat het beter was het kiekje te verwijderen, teneinde juridische procedures (of erger nog: een blauw oog) te voorkomen.

Teleurgesteld dropen we af. Het werd ons pijnlijk duidelijk. het draait in het uitgaansleven om jagen en gejaagd worden. Hoewel wij duidelijk tot de groep behoorden die op jacht zouden kunnen zijn (ware het niet dat wij allen een partner hadden), wij behoorden overduidelijk niet meer tot de groep waarop gejaagd werd (met uitzondering van mij dan, maar ja met zo’n groep oude kerels….).
We besloten dit onderwerp wat verder uit te diepen op het terras, inmiddels was er op het Vrijthof een plaatsje vrij. Vooralsnog weer even op onze plaats gezet in de pikorde van de jacht besloten we te observen. Wat opviel was dat de groep jagers steeds jonger lijkt te zijn. Knulletjes van een jaar of 14 liepen al jagend over straat. Een schril contrast met de groep waarop niet werd gejaagd. te dik, te oud. te lelijk. Als je er één keer op let, dan valt het op. Wat ook opvalt was dat ‘onze leeftijd’ sterk in de minderheid was. Hoe kan dat. Gaan wij niet meer uit? of gaan we ergens anders heen?

Dat brengt mij bij de volgende scene. Een scene waarin Ben, tot dusver enigzins op de achtergrond, een hoofdrol speelt.Gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat het niet zo kan zijn dat “onze” leeftijdsgroep uitsluitend achter de geraniums zit. Ze moeten ergens zijn. Maar waar? Hoe komen we daar achter. Misschien moeten we dat eens vragen.

De dame die ons tot op dat moment van drankjes voorzag behoorde overduidelijk tot de groep “bejaagden”. Haar om advies vragen had geen zin. Zij zou het ook niet weten (in haar ogen waren we bejaard). Gelukkig was daar een dame die, zo kwamen we tot de conclusie, al wat meer kilometers op de teller had staan. Ze was van onze leeftijd, zij zou het weten.

Ben schoot haar aan en vroeg haar naar de plaatsen waar ons soort mensen zich zou bevinden. De dame in kwestie, behulpzaam als ze was, deed ons een aantal suggesties aan de hand, om vervolgens haar werkzaamheden te hervatten.

Het duurde niet heel lang eer zij zich weer bij Ben vervoegde. Nu wordt het pijnlijk.

een korte samenvatting:

Zij: “Meneer, Waarom vroeg ge mij eigenlijk naar leuke tentjes?”
Hij: “Nou gewoon…”
Zij: “Hoe oud denkt ge dat ik ben?”
Hij: “Nou ehh…rond de… ehh”
Zij: “ik ben vierentwintig.”
Hij: “ehhhh” (kut, dit gaat fout)
Wij: “ehhhh” (dit gaat fout).
Zij: “Zie ik er zo oud uit dan?”
Hij: “ehhhhh…”
Zij: “Nou?”
Wij: “Mogen we betalen?”

Je zult begrijpen dat we ons rap uit de voeten maakten na dit genante moment. Werkelijk. Ze zag er gewoon niet uit alsof ze onder de 35 was. Daar kan Ben niets aan doen. Het zou iedereen overkomen. Maar lullig is het wel.

Uiteindelijk vonden we een tentje dat aan onze smaak voldeet op het Lieve Vrouwenplein. Zoals je inmiddels wel zult begrijpen, waren wij de enige gasten (op een vrijgezellenclubje na, waarvan de aanstaande bruid werkelijk zo straalbezopen was, dat ze door haar vriendinnen overeind gehouden moest worden: in termen van de jacht: dit was aangeschoten wild (of beter gezegd: roadkill). Over vrijgezellenfeestjes gesproken. Maastricht schijnt een erg polulaire bestemming te zijn: we hebben minimaal 15 groepjes gespot.

Na nog een paar biertjes besloten we dat onze tijd gekomen was. We zijn ook geen 20 meer, en zijn daar meerdere malen hardhandig op gewezen. Het werd tijd om af te sluiten.

Gelukkig konden we vanuit de kroeg de taxi in. Daarbij liepen we tegen een klein probleem aan. De gemiddelde middenklasser biedt plaats aan vier volwassenen (eventueel 5, mits klein van stuk). Dat is inclusief de bestuurder.Ons gezelschap bestond uit 5. Met chauffeur kwamen we op 6 personen. Ton had mazzel. Hij mocht voorin om de weg te wijzen.

Ben, Rutger en ik hadden minder geluk. Wij propten ons met ons drieen op de achterbank. Jan-Willem had pech.De chauffeur stond niet toe dat we hem in de kofferbak propten
(ja ge moet weten dat een collega dat ooit eens het gedaan. hij het een ongeluk gehad. Van achteren aangereden. Pas later kwamen ze erachter dat er iemand in de kofferbak zat….)

Er zat voor Jan-Willem niets anders op dan te proberen op de achterbank plaats te nemen. Helaas zelfs met de raamslinger in z’n r**t lukte het niet om de deur dicht te krijgen. Er zat niets anders op dan overlangs driedubbelgevouwen op onze schoot te zitten. (ach, het was maar 25 Kilometer).Eenmaal geinstalleerd konden we van start.
Ton fungeerde als navigator en na een aanvankelijk rustige start ging al snel het gas er op. Onze chauffeur zal een jaar of 70 zijn geweest (let wel: we staan er niet om bekend dat we leeftijden juist inschatten. Hij kan ook met gemak 100 zijn). Ik ben niet snel onder de indruk van iemands rijgedrag, maar dit was wel bijzonder. Hij kende de weg niet, maar het was een aanschakeling van bochten en hellingen en hij vloog er over. Ik denk niet dat ik bij daglicht en een afgesloten weg eenzelfde tempo had aangedurft. Gelukkig had ik gezopen.

Mede vanwege zijn rijstijl kwam het gesprek al snel op motorrijden. De chauffeur wist ons te vertellen dat er in de buurt een aantal mooie routes zijn. Zo was er één die voerde via een natuurgebied, het circuit, Trois Pont…… Daar kwam de aap uit de mouw. Zeg Ton. Die route van jou….

Affijn.. Ton bekende na enig aandringen schuld en gaf toe plagiaat te hebben gepleegd (daar werd de route weliswaar niet minder mooi door, maar toch). Jammer

Zonder verdere ongelukken bereikten we de Smockelaer. Nadat we Jan Willem weer in model hadden gevouwen namen we afscheid van onze begeleider en was het tijd om te gaan slapen.

Een bijzonder mooie dag, was aan het eind gekomen, maar mijn God. Wat hebben we een lol gehad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s